Wie gelooft er nog? Ik!

Peter MolemanArtikelen, Delen en het geheel3 Comments

Dat verrast je misschien. Ik ben een wetenschapper en die geloven toch niet? Die weten, gebaseerd op wetenschappelijk bewezen feiten!
Ik houd me bezig met de werking van de hersenen. In de loop der tijd zijn duizenden, miljoenen feiten door knappe wetenschappers boven water gehaald. Maar dat is niet genoeg om te begrijpen hoe de hersenen werken. Daarvoor is synthese nodig. We weten veel over de werking van neuronen, cellen in de hersenen. Hoe er stroompjes door die cellen lopen van de ene kant van de hersenen naar de andere kant. Hoe daar aan de andere kant stofjes vrijkomen, neurotransmitters, die andere neuronen remmen of stimuleren. Weten we daarmee hoe de hersenen werken? Verklaart dat wat iemand doet of denkt? Nou, nee, dan moeten we toch meer kijken naar de hersenen als geheel. Tegenwoordig wordt veel onderzoek gedaan naar hoe die neuronen samenwerken in netwerken. Die steeds wisselende samenwerking zou heel wat verklaren wat en hoe iemand dingen doet en denkt. Dat komt langzamerhand in de plaats van de opvatting dat bepaalde hersenkernen bepaalde taken uitvoeren, zoals de amygdala die zou zorgen voor angstreacties en de hippocampus voor het geheugen. Terecht, geloof ik.

Zitten gedachten in neuronen?

Maar verklaart het ook hoe iemand erbij komt iets te doen of te denken? Wat motiveert mij om dit soort artikelen te schrijven? Ik had een discussie met Menno Oosterhoff over de werking van de hersenen. Menno schrijft ook blogs. Zou hij dezelfde motivatie hebben als ik? Dat lijkt mij sterk. Hij is een heel ander persoon. Dus als hij bezig is met schrijven zie je heel andere activiteiten in zijn neuronale netwerken dan bij mij. Denk ik. Er zullen ook overeenkomsten zijn. Als hij een toets op zijn computer toetsenbord indrukt zal er wel ergens in de hersenen activiteit te zien zijn die overeenkomt met de activiteit bij mij als ik een toets indruk. Ik denk dat hoe simpeler het gedrag hoe directer het te koppelen valt aan activiteit van neuronen of neuronale netwerken. En hoe complexer gedrag, hoe minder het terug te voeren is tot specifieke activiteit van neuronen of neuronale netwerken. Of zoals Alicia Juarrero zegt: “…a given neurological configuration might not embody […] a thought, a fear, a smell at all”. Vrij vertaald: een gedachte, angst, geur is misschien helemaal niet terug te vinden in (een bepaalde configuratie van) neuronen.

De wetenschapper gelooft

Menno denkt dat er iets meer is dan de materie. Hij kan niet begrijpen en ook niet accepteren dat vrije wil, bewustzijn puur voortkomen uit stofjes, cellen. “Ik heb het opgegeven dat ik in dit leven nog een zekerheid kan vinden die voldoet aan de eisen die een obsessief iemand daaraan stelt, namelijk absoluut zeker. Ik permitteer me een halfslachtig geloof in een hiernamaals en een hemelse vader, die weet wat hij doet en in een vrije wil.”
Gelooft Alicia Juarrero ook dat er meer is dan materie? Of geloof ik dat er meer is dan materie? Zij beschrijft hoe het mogelijk is dat motivatie voortkomt uit neuronen zonder dat die terug te vinden is in een bepaalde configuratie van neuronen. Dus je hoeft niet te proberen in de activiteit van hersencellen motivatie terug te vinden. En ik geloof dat ook. Wat nu? De wetenschapper gelooft? Dat zit zo.

Wat geloof ik?

Ik heb uitgebreid bestudeerd wat Alicia Juarrero, Walter J. Freeman en nog een paar grote geesten (sic!) op dit gebied hebben onderzocht en beschreven. Dat gaat over complexe dynamische systemen en de eigenschappen ervan die op het niveau van de onderdelen niet terug te vinden zijn. En sterker nog: de functies van het geheel sturen de activiteit van de delen. Vrij vertaald: gedachten sturen de activiteit van neuronen. Wat niet wegneemt dat het omgekeerde inderdaad ook gebeurt: dat neuronen gedachten sturen. Dus oorzaak en gevolg gaat beide kanten op. De activiteit van neuronen veroorzaakt gedachten en gedachten veroorzaken de activiteit van neuronen. Hoe dat werkt? Dat begrijp ik niet helemaal. Te moeilijk voor mijn brein. Maar met wat ik wel begrijp geloof ik dat het klopt wat ze zeggen.

Het nut van geloven

Dat geloof heeft zijn nut en zijn gevaren. Als je ingewikkelde dingen wilt begrijpen moet je concepten vormen, een coherent geheel vormen van je kennis1. Anders blijft het los zand. Dus ik vorm een coherent geheel in mijn brein van mijn kennis over de hersenen. Maar er zitten gaten in die kennis, doordat ik sommige dingen niet begrijp, of doordat het nog onontgonnen gebied is, nog niet onderzocht. Die gaten vul ik in als dat nodig is om een coherent geheel te vormen. Of het klopt wat ik heb ingevuld is dus niet helemaal zeker; of helemaal niet zeker. Maar ik geloof wel dat het klopt. Dat is geloven: zekerheid aannemen waar die niet te krijgen valt.
Mensen die in God geloven doen hetzelfde. Ze begrijpen niet hoe de natuur, de levende wezens, de mensen ontstaan kunnen zijn. Die onzekerheid kunnen ze niet hebben en daarom vullen ze die in. Of dat klopt is niet helemaal zeker, of helemaal niet zeker. Zo gezien is er geen verschil tussen het geloof in God en mijn geloof in hoe de hersenen werken.

Het gevaar van geloven

Het gevaar van geloven is echter dat het vaste vormen aanneemt en je het buiten jezelf gaat plaatsen. Bijna dagelijks stel ik mijn concept van de werking van de hersenen bij op basis van nieuwe kennis. Ik moet wel oppassen dat ik nieuwe kennis die niet in mijn huidige concept past, niet negeer. En verder probeer ik mij zo precies mogelijk bewust te zijn waar ik die gaten heb opgevuld. Dat kan je hierboven lezen: dan staat er “ik denk” of “ik geloof”. Dat betekent dat ik niet weet of het bewezen is.
Moet dan alles bewezen zijn? Dat hoeft en kan niet. Maar wetenschappelijk bewijzen is naar mijn mening de enige manier om erachter te komen of wat ik geloof klopt. Vóór dat wetenschappelijk bewijs is het subjectief, wat ik geloof; na dat wetenschappelijk bewijs is het objectief, wat we weten. Vóór dat bewijs kan ik van niemand verwachten dat hij mijn concepten deelt, erna wel. Niet iedereen is tot die houding bereid. Dan wordt het geloof een instituut. Dan gaan goeroes vertellen wat de waarheid is en dan geloven volgelingen dat omdat de goeroe het zegt. En dat is een gevaar, zowel als het om spirituele als om wetenschappelijke zaken gaat. Zowel Menno als ik willen ons geloof niet aan anderen opdringen, hij gelovend in een hemelse vader en ik niet. Ik geloof wel in hoe ik de gaten in mijn kennis opvul.

Bronnen

Kruglanski AW, Jasko K, Friston K (2020): All Thinking is ‘Wishful’ Thinking. Trends in Cognitive Sciences 24:413–424.

Gelpi R, Cunningham WA, Buchsbaum D (2020): Belief as a non-epistemic adaptive benefit. Behavioral and Brain Sciences 43. DOI: 10.1017/S0140525X19002206

Juarrero A (2015): What does the closure of context-sensitive constraints mean for determinism, autonomy, self-determination, and agency? Progress in Biophysics and Molecular Biology 119:510–521.

Jarnefelt E, Canfield CF, Kelemen D (2015): The divided mind of a disbeliever: Intuitive beliefs about nature as purposefully created among different groups of non-religious adults. Cognition 140:72–88.

Freeman WJ (2000): How Brains Make up their Minds. New York, Columbia University Press.

  1. Wanen en complot theorieën: geloven in bedachte logica

3 Comments on “Wie gelooft er nog? Ik!”

  1. Ik ben het helemaal met je eens, dat of je je iets kunt voorstellen geen argument is. Ik bedoelde het ook meer als verklaring van mijn geloof

  2. Tja, Menno, dan geloven we verschillende dingen wat dat betreft. Ik ben aan het opschrijven hoe dat zou kunnen, bewustzijn voortkomend uit materie. In ieder geval is duidelijk dat ons voorstellingsvermogen niet altijd met de realiteit overeenkomt. Al denken we dat uit lijfsbehoud wel. Dus dat jij het je niet kunt voorstellen maakt op mij niet zo veel indruk. Daarmee wil ik overigens niet suggereren dat ik het weet en jij niet. Want vermoedelijk blijft het uiteindelijk het één of het ander geloven.

  3. Beste Peter
    We zijn het in veel opzichten met elkaar eens. Maar er is een cruciaal verschil, hoewel ik onmiddelijk toegeef, dat ik het beslist niet zeker weet. Jij gelooft, dat er na het uiteenvallen van je lichaam niet meer van je overblijft dan de invloed die je op anderen hebt gehad. Ik wil daar niet aan. Ik weet, dat niet willen geen wetenschappelijke houding is. Maar ik kan het me ook niet voorstellen. Ik vind bewustzijn zo anders van aard dan materie, ook dan complexe systemen dat ik het er niet geheel aan koppel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *