Letters en boodschappen, neuronen en gedachten

Peter MolemanArtikelen, Delen en het geheel4 Comments

Ik vind het moeilijk uit te leggen wat een cynicus is, maar Oscar Wilde niet: “Wat is een cynicus? Iemand die overal de prijs en nergens de waarde van kent.”1. Een ingewikkeld concept uitgelegd in een paar woorden, één zin. Verbazingwekkend wat je met taal kunt. Hoe werkt dat?

De basis van taal: het alfabet

De basiselementen van taal zijn de letters van het alfabet, a tot en met z. Geschreven taal is niet meer dan letters in een bepaalde volgorde met zo hier en daar een spatie of leesteken ertussen. Maar willekeurig achter elkaar staande letters hebben geen betekenis, brengen geen boodschap over. Essentieel daarvoor is die bepaalde volgorde van letters, spaties en leestekens. Wat zijn de wetmatigheden van die volgorde? Dat valt alleen te begrijpen als we stap voor stap van letters, spaties en leestekens gaan naar het overbrengen van een boodschap. Allereerst legt de taal beperkingen op aan de mogelijke volgorde van letters. Na een a kan elke letter volgen, maar na een q volgt altijd een u. Maar dat helpt nog niet bij het formuleren van een boodschap. Een woord gaat al meer die kant op. Bij prijs en waarde kunnen we ons al wat voorstellen. Het vormen van een woord geeft meer mogelijkheden een boodschap over te brengen. Maar daar betaal je een prijs voor. Want na een a kan altijd een c volgen. Maar als je woorden vormt, kan dat niet altijd. Acroniem is een woord, maar wacrde niet. Dus de tweede a in waarde vervangen door een c kan niet, hoewel de volgorde acr niet onmogelijk is.

Taal als complex systeem

Dit is een voorbeeld van de relatie tussen niveaus van complexiteit. Woorden zijn in de taal een graad complexer dan letters. Dat opent mogelijkheden, want je kunt er meer mee uitdrukken, maar het legt ook beperkingen op aan het gebruik van letters, het lagere niveau. Het volgende niveau bestaat uit zinnen. En daar geldt hetzelfde: je kunt met een zin weer meer uitdrukken dan met een woord, maar het legt beperkingen op. Je kunt woorden niet willekeurig achter elkaar zetten als je een boodschap wilt overbrengen: “waarde overal nergens die prijs en de iemand de kent van waarde prijs“.
Ik heb als voorbeeld een enkel kort citaat gebruikt, maar om nog ingewikkelder boodschappen over te brengen heb je alinea’s nodig, of hele hoofdstukken, of hele boeken. Steeds hogere niveaus van complexiteit die het overbrengen van steeds ingewikkelder boodschappen mogelijk maken. En elke stap hoger legt beperkingen op aan het lagere niveau. De volgende zin moet logisch aansluiten op de vorige zin in een alinea. De volgende alinea hoeft niet logisch aan te sluiten op de vorige zin, maar wel op de vorige alinea.
Zo kan je met taal heel ingewikkelde boodschappen overbrengen, wat niet kan als je alleen weet hoe letters, spaties en leestekens gecombineerd kunnen worden, of hoe woorden gevormd kunnen worden. Elk hogere niveau heeft zijn eigen wetmatigheden die niet te herleiden zijn tot de wetmatigheden van het lagere niveau.

Taal als metafoor voor de hersenen

Taal is een complex systeem, net als de hersenen. Bij taal zijn letters de basiselementen, bij hersenfuncties zijn dat de neuronen, hersencellen2. Bij taal is minstens het niveau van een zin nodig om een ingewikkelde boodschap te kunnen vormen. In de hersenen zijn minstens netwerken van neuronen nodig om een (ingewikkelde) gedachte te kunnen vormen. Die hogere niveaus zijn wel wat ingewikkelder dan bij taal. Neuronen vormen netwerken, maar zijn ook in hersenkernen geconcentreerd die voor een deel specifieke functies hebben voor het vormen van gedachten. Verder zijn neuronen, en hun netwerken continu actief, ze veranderen steeds. Ze zijn dus niet statisch zoals de zin van Oscar Wilde hierboven, die er nog net zo staat als toen ik hem opschreef en hopelijk ook net zo als hij hem zelf opschreef. De hersenen hebben ook meer functies dan gedachten mogelijk maken, zoals de motoriek besturen, binnenkomende signalen bewerken, zelfbewustzijn vormen en nog veel meer. Maar voor al die hogere niveaus geldt hetzelfde als bij taal: elk hogere niveau opent nieuwe mogelijkheden, maar legt ook beperkingen op aan het lagere niveau en verandert zijn wetmatigheden. De boodschap op het hogere niveau kan je niet samenstellen met de basiseenheden en hun wetmatigheden. Hoe dat precies in zijn werk gaat in de hersenen laat ik hier in het midden, omdat het te ingewikkeld is om uit te leggen, of omdat ik het ook niet helemaal begrijp. Dat is de reden dat ik taal als metafoor voor het complexe systeem van de hersenen heb gebruikt3. Eén conclusie is echter onontkoombaar: als je zou weten hoe alle neuronen in de hersenen precies werken en zelfs hoe hun netwerken werken, dan nog heb je geen idee hoe een gedachte ontstaat, laat staan wat de inhoud ervan is.

De hersenen spreken meerdere talen

Ik heb nog een verrassing in petto. “What is a cynic? A man who knows the price of everything and the value of nothing”. Dit is de oorspronkelijke Engelse tekst4. De Nederlandse en Engelse tekst brengen precies dezelfde boodschap over, maar met heel andere letters en woorden. In het Engels gelden andere wetten voor lettervolgordes en woorden dan in het Nederlands. Dus die wetten -de grammatica van een taal- zijn nodig om een zin met de boodschap van Wilde te maken, maar die boodschap is niet afhankelijk van de wetten voor het Nederlands die ik hierboven heb uitgelegd. Je kunt een boodschap daarom ook niet herleiden tot één bepaalde letter- of woordvolgorde.
Hetzelfde geldt in de hersenen: precies dezelfde gedachte kan gevormd worden door verschillende neuronen of neuronale netwerken. Neuronen of neuronale netwerken werken volgens bepaalde wetmatigheden, en die zijn nodig om gedachten te vormen. Maar je kunt een gedachte niet herleiden tot één bepaald patroon van neuronale activiteit. Dus het hoogste niveau -gedachten- en het basisniveau -neuronen- zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar als je de één bekijkt, kan je de ander niet vinden en omgekeerd.

Zijn wij ons brein?

Ik heb het hier over gedachten, maar Alicia Juarrero en Walter Freeman denken dat hetzelfde geldt voor de hoogste vorm van bewustzijn: de beleving van een eigen identiteit, van wie je bent. Dat is dan een nog hoger, misschien het hoogste, niveau van het functioneren van onze hersenen. Dat betekent dat Descartes ongelijk had dat je geest je hersenen bestuurt los van de materie. Maar het betekent ook dat mensen ongelijk hebben die denken dat de hoogste vorm van bewustzijn de simpele optelsom is van de activiteit van alle neuronen. Dus zijn wij ons brein? Nee. Staat je geest los van het brein? Ook niet.

Bronnen

Brette R (2019): Is coding a relevant metaphor for the brain? Behavioral and Brain Sciences 42, e215:1–58. doi:10.1017/S0140525X19000049

Juarrero A (2015): What does the closure of context-sensitive constraints mean for determinism, autonomy, self-determination, and agency? Progress in Biophysics and Molecular Biology 119:510–521

Wagner A (2014): Arrival of the fittest: Solving evolution’s greatest puzzle. NY, Penguin Group. ISBN 978-1-101-62816-4, Ch. 6

Juarrero A (2002): Dynamics in Action: Intentional Behavior as a Complex System. Cambridge, Mass. London, England, A Bradford Book. ISBN 978-0-262-60047-7, Ch. 9

Freeman WJ (2000): How Brains Make up their Minds. New York, Columbia University Press. ISBN 978-0-231-12008-1, Ch. 3

Voetnoten
  1. “What is a cynic? A man who knows the price of everything and the value of nothing.” Lady Windermere’s Fan, 1892, Act III, geciteerd door http://www.quotationspage.com/quote/23639.html
  2. Dit is aanvechtbaar, want cellen bestaan uit moleculen en dat is nog een niveau lager. Bovendien zijn er nog andere hersencellen dan neuronen. Maar voor mijn betoog maakt dat niet uit.
  3. Naar Alicia Juarrero, 2002 en Andreas Wagner, zie bronnen
  4. Volgens http://www.quotationspage.com/quote/23639.html

4 Comments on “Letters en boodschappen, neuronen en gedachten”

  1. Het harde probleem van het bewustzijn blijft staan. Je beschrijft hoe neuronen te beschouwen zijn als de letters van het alfabet. Maar een alfabet heeft een schrijver nodig, die zich van dat alfabet bedient. Waar zit de denker die zich van de neuronen bedient volgens jou.
    Ik weet het natuurlijk ook niet, maar ik vraag me af of we ons beperkend tot (de materie van) het brein die vraag ooit zullen kunnen beantwoorden.

    1. Dennett denkt dat er helemaal geen hard probleem bestaat en dat denk ik ook. Lees de twee referenties van Alicia Juarrero, die uitlegt hoe dat zit. Nogal moeilijk te begrijpen, omdat wij (ik ook) vastzitten in denkwijzen die misschien niet met de realiteit te maken hebben. Nog een andere poging jou te antwoorden;
      Het alfabet heeft geen schrijver nodig. Iemand (een schrijver, denker, mens) heeft het nodig informatie te verwerken, ernaar te handelen en die eventueel door te geven. Daar heeft hij oa een brein voor. Hoe dat werkt komt “vanzelf” tot stand (self-organization). Dat laatste is in mijn (conceptueel) denken niet goed voor te stellen, maar wel waar. Er is geen denker die neuronen bedient (Descartes is dood, maar jij wekt hem weer tot leven….), gedachten sturen de neuronen. Dat klinkt zweverig, maar is de essentie van het artikel van Juarrero: “What does the closure of context-sensitive constraints mean for determinism, autonomy, self-determination, and agency? ”
      Wat in de blog staat: we zullen er nooit achter komen wat gedachten zijn als we ons tot de materie van het brein beperken. Dus er zijn zaken die niet te herleiden zijn tot het materieel functioneren van het brein ZONDER dat er krachten buiten dat brein voor nodig zijn. Bijvoorbeeld dat ik de Nederlandse nationaliteit heb (geleend van Herman Philipse in een discussie hierover) valt niet tot materie te herleiden, “…als je de één bekijkt, kan je de ander niet vinden en omgekeerd.”

  2. Bewustzijn als emergente eigenschap van neuronen? Ik blijf het raar vinden.
    De vergelijking met taal is mooi, maar er mist een ding. Taal wordt geschreven door een schrijver.

    1. Menno, dank voor je reactie. Metaforen zijn helaas nooit perfect. Maar er mist volgens mij niets, want gedachten worden gedacht door een denker. Daar gaat de laatste alinea over. Als taal niet geschreven wordt, maar alleen gedacht, mist er dan volgens jou niets?
      Sommige filosofen denken dat gedachten niet gevormd kunen worden zonder taal. Die taal blijft dan intern, in het brein van de denker (Ik denk dat overigens niet). Dan is het enige verschil dat -na denker- Wilde ook nog schrijver werd door het gedachte naar buiten te brengen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *