Wat is de grens van je lichaam?

Peter MolemanArtikelen, De wereld in ons hoofd3 Comments

Wat is de grens van je lichaam? | Peter Moleman

Wat is de grens van je lichaam? Waar eindigt je lichaam? Dat is toch duidelijk: bij je vingers, tenen, kruin, eigenlijk overal aan je buitenkant. Voor jou duidelijk, maar voor je hersenen niet! Kijk maar:

Je brein beslist

Bij de rubberen hand illusie worden je hersenen om de tuin geleid. De informatie van je verschillende zintuigen staat eerst los van elkaar en wordt dan gecombineerd. In dit geval komt gevoel op je huid in een stuk cortex binnen (de sensore cortex) en wat je ziet in een ander stuk cortex (de visuele cortex ) en het wordt gecombineerd in nog een ander stuk cortex (in de slaapkwab en in de pariëtaalkwab). Wat je voelt op je hand en wat je ziet op de rubberen hand klopt precies met elkaar en daarom wordt het in je hersenen gecombineerd. Nu denk je misschien: die vrouw zei toch: ”het voelt alsof je mijn hand streelt, maar het is niet mijn hand.” Dus ze heeft waarschijnlijk toch door dat de plek waar ze op haar hand gestreeld wordt een andere is dan die ze ziet. Wat ze ziet lijkt niet genoeg op haar hand. Toch is de combinatie van waarnemingen zo sterk dat ze zich rot schrikt als de man op de rubberen hand hamert. En dan: “…my brain decided that you hitting that was hitting me…”, “…mijn hersenen beslisten dat -toen je daarop sloeg- je mij sloeg…”. Ze verwoordt daarmee heel goed wat er gebeurt. Ze wordt heen en weer geworpen tussen de verschillende interpretaties van haar waarnemingen. Maar als het er op aan komt valt buiten haar bewustzijn de beslissing dat de rubberen hand van haar is.
Continu komt informatie de hersenen binnen via alle zintuigen. De hersenen zijn continu bezig die informatie te combineren. Daarbij zijn bijna oneindig veel combinaties mogelijk. We kunnen echter slechts op één combinatie reageren; ons handelen is op één van die combinaties gebaseerd. Dus er moet tussen die combinaties gekozen worden; één ervan moet voorrang krijgen. Normaal merk je daar allemaal niets van. Als die beslissing gevallen is dringt die ene combinatie door tot je bewustzijn.

Gereedschap wordt onderdeel van je lichaam

Nu vind je het misschien toch vreemd dat je een rubberen hand als echt, als eigen kunt ervaren. Het gaat wel erg ver om iets buiten je eigen lichaam, waarvan je eigenlijk wel weet dat het van rubber is, als je eigen lichaamsdeel te ervaren. Maar dat is helemaal niet zo gek. Als je iets wilt pakken, bijvoorbeeld een snoepje, gebruik je je hand als instrument om te grijpen. Om dat instrument goed te hanteren moet die hand door de hersenen juist bewogen worden, en dat moet afgestemd zijn op wat je ziet: waar dat snoepje ligt, hoe groot het is. Daarvoor wordt in de pariëtaalkwab informatie over wat je voelt met je hand gecombineerd met informatie over wat er vlak bij die hand te zien is. Bijzonder is dat als je je hand ergens anders heen beweegt, de visuele informatie die in dat stukje pariëtaalkwab binnenkomt gecentreerd blijft rond je hand. Dus je hand, de beweging en wat je ziet vlak bij die hand is en blijft aan elkaar gekoppeld. Dat noemt men de PeriPersonalSpace (PPS). Voor de hersenen vervaagt zo de grens van je lichaam. Wat je vlak bij je hand ziet en hoe je je hand voelt wordt een eenheid.
Over het algemeen strekt die PPS zich uit tot ongeveer 30 cm buiten je hand. Maar nu wordt het nog interessanter. Als je een instrument gebruikt kan dat veranderen. Je ziet bijvoorbeeld een snoepje 50 cm van je hand verwijderd. Normaal buig je natuurlijk voorover om het te pakken en komt het weer binnen je bereik. Maar als je vastgebonden zit in je stoel, kan dat niet. Neem aan dat je wel een klein harkje binnen bereik hebt. Dat kan je pakken en het snoepje naar je toe harken. Als je dat een paar keer gedaan hebt, gaat dat heel makkelijk en soepel. En wat gebeurt er dan in de pariëtaalkwab? Het harkje wordt in de pariëtaalkwab behandeld alsof het een lichaamsdeel is. De PeriPersonalSpace (PPS) wordt groter, in dit geval tot ruim 50 cm buiten je hand.
Dus het gereedschap wordt als het ware een deel van je lichaam. En daardoor kan je het net zo snel en handig gebruiken als je hand. En met veel talent en oefening gaat dat nog veel verder. Vraag maar eens aan Max Verstappen of hij nadenkt hoe hij zijn handen of voeten moet bewegen als hij in zijn formule 1 auto rijdt. Dat is niet zo. Het voelt voor hem alsof die auto deel van hemzelf is. En hij weet zonder denken of kijken, waar de wielen, de zijkant van zijn auto zijn. De hele formule 1 auto behoort tot zijn lichaam inclusief PPS. Daarom kan hij met razende snelheid vlak langs een muur scheren. Een ander voorbeeld zijn mensen die aan een rolstoel gebonden zijn. Ook die rolstoel gaat als het ware tot het lichaam behoren.

Als jij niet bewust kunt kiezen gebeurt het onbewust

Nu terug naar de rubberen hand illusie. Je voelt hoe je hand gestreeld wordt en ziet het kwastje op de rubberen hand bewegen. In je hersenen strijden nu allerlei verschillende combinaties van waarnemingen en gedachten om voorrang. De illusie dat de rubberen hand van jou is wint het omdat het zo belangrijk is voor het gebruik van gereedschap en er een speciaal hersendeel is dat die koppeling maakt.
En dat voelde de vrouw in het rubberen hand experiment eigenlijk ook wel. Ze zegt: “…mijn hersenen beslisten dat -toen je daarop sloeg- je mij sloeg…”. Terwijl ze “ergens” natuurlijk weet dat die rubberen hand niet bij haar lichaam hoort. Dat “ergens” is hier geen loos woord. Want toen op die rubberen hand wordt geslagen deed dat geen pijn. Een andere combinatie van waarnemingen -die aldoor onbewust al op de loer lag- wint het nu: ze weet onmiddelijk dat die rubberen hand toch niet van haar is, al kost het even om van de schrik te bekomen.

Bronnen

Clark, A. (2016). Surfing uncertainty : prediction, action, and the embodied mind. Oxford University Press. eISBN 978–0–19–021703–7, Ch8.9; Extended Predictive Minds

Martel, M., L. Cardinali, et al. (2016). “Tool-use: An open window into body representation and its plasticity.” Cognitive neuropsychology 33(1-2): 82-101.

Serino, A., E. Canzoneri, et al. (2015). “Extending peripersonal space representation without tool-use: evidence from a combined behavioral-computational approach.” Frontiers in behavioral neuroscience 9: 4.

Galli, G., J. P. Noel, et al. (2015). “The wheelchair as a full-body tool extending the peripersonal space.” Frontiers in psychology 6: 639.

Cardinali, L., C. Brozzoli, et al. (2009). “Peripersonal space and body schema: two labels for the same concept?” Brain topography 21(3-4): 252-260.

Clark, A. (2008). Supersizing the mind; embodiment, action, and cognitive extension. Oxford University Press. ISBN 978-0-19-533321-3; p. 28, p.41

Frith, C. D. (2007). Making up the mind; how the brain creates our mental world. Blackwell Publishing. ISBN 978-1-4051-6022-3; p.65

Obayashi, S., T. Suhara, et al. (2001). “Functional brain mapping of monkey tool use.” Neuroimage 14(4): 853-861.

3 Comments on “Wat is de grens van je lichaam?”

  1. Zouden mensen met bijvoorbeeld een kunstvoet ook zoiets kunnen ervaren? En waar komt fantoompijn vandaan?

    1. Beste Yvonne, mensen met een kunstvoet kunnen ook zoiets ervaren. Waar en wanneer ze de grond raken met die voet, bijvoorbeeld, kan op dezelfde manier ”eigen” worden als gebruik van dat harkje of de rolstoel. Fantoompijn is een moeilijker onderwerp. Ik kom daar nog wel op terug, maar pas nadat ik een bericht over pijn op zichzelf heb geschreven. Pijn is namelijk een aparte gewaarwording, niet te vergelijken met andere gewaarwordingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *