Heb je een wil?

Peter MolemanArtikelen, Bewust en onbewust2 Comments

Ik wil een kop koffie. Ik wil artikelen over de hersenen schrijven. Ik wil dat het lente wordt zodat ik in de zon kan zitten. Ik wil niet dat Trump herkozen wordt. Dat zijn nogal verschillendsoortige dingen die ik wil. Heb ik één wil? Het vreemde is dat we het over de wil hebben alsof het een ding is, iets tastbaars, een eigenschap van een persoon, een vast gegeven. “Die vrouw heeft een sterke wil”, “Hij heeft zijn wil vastgelegd in een wilsverklaring” zijn uitdrukkingen die wijzen op de wil als een eigenschap of een vast gegeven.

Wat is De Wil?

Volgens de Nederlandse Wikipedia is de wil het bewuste vermogen om van een gedachte of een plan over te gaan naar een handeling1. En daar gaat het al mis. Want ik wil dat het lente wordt, maar er bestaat echt geen handeling waar ik toe over kan gaan om dat te bewerkstelligen. Toch wil ik dat het lente wordt. Dan is misschien de Engelse Wikipedia beter. Die zegt dat de wil het vermogen is om op het moment dat beslist moet worden één wens te selecteren uit verschillende wensen2. Het gaat dus om beslissen als er verschillende mogelijkheden zijn. Ik heb net een kop koffie gehaald. Ik ben bezig een artikel te schrijven. Ik wil nog steeds dat het lente wordt en dat Trump niet herkozen wordt. Allemaal beslissingen die ik genomen heb bij keuzemogelijkheden uit verschillende wensen.

Willen is een werkwoord

Twee dingen worden uit het voorgaande duidelijk. Iets willen hoeft niet te leiden tot actie. En willen is een werkwoord, het gaat om kiezen uit wensen en niet om een vaste eigenschap, iets tastbaars. De wensen waaruit gekozen kan worden verschillen per onderwerp en per moment. Ik heb net die kop koffie gedronken. En nu wil ik geen koffie meer. Wat de andere onderwerpen betreft wil ik nog steeds hetzelfde. Hoe komen we er dan bij om over “de wil” te spreken? Het probleem zit hem in “ik” en niet in “wil”. De informatie waarop beslissingen gebaseerd zijn wordt in onze hersenen bewerkt, maar volgens onze intuïtie neem “ik” die beslissingen: “ik wil …”. Maar dat “ik” als centrum van onze wil, intenties, bewustzijn, handelingen, beslissingen bestaat niet. Het is een constructie van onze hersenen die ervoor zorgt dat we ons organisme als een coherent geheel kunnen ervaren. Dat is een voorwaarde om coherent te kunnen handelen en denken. En daarom ervaren we ons “ik” als iets concreets dat constant is (Zie Het Ego is dood, lang leve het ego). Als we iets willen, koppelen we dat aan die “ik” en denken dat wat we willen ook constant is. Alsof een wil als een constante eigenschap van dat “ik” bestaat.

De wil van het volk

Dus ik heb helemaal geen wil als er niets te kiezen valt. Als het nodig of nuttig is uit verschillende wensen te kiezen, beslis ik wat ik op dat moment wil. Nu gaat mijn relaas over het “ik” en de wil misschien te veel tegen je intuïtie in. Misschien helpt de volgende metafoor. De verkiezing in 2016 van Trump als president van de VS was de wil van het volk. Maar op geen moment en op geen plek was die wil in de VS te vinden, behalve tijdens het invullen van de stembiljetten. Je kunt natuurlijk van te voren vragen op wie de mensen gaan stemmen. Maar dat verandert nogal in de tijd. Daarom zijn peilingen zo onbetrouwbaar. De wil van het volk is afhankelijk van allerlei invloeden van buitenaf, zoals hoe de kandidaten zich gedragen, hoe het gaat met de economie, hoe de Russen de sociale media manipuleren. Dus als je vraagt wat de wil van het volk is, is er geen vast antwoord. Je kunt alleen zeggen dat op het moment van stemmen, de meeste kiezers kozen voor Trump. Het is makkelijker te begrijpen dat het volk geen vaste wil heeft dan dat “ik” geen vaste wil heb. Dat komt doordat het zo contra-intuïtief is dat er geen “ik” is als centrale beslisser (Zie Wie bestuurt de hersenen?).

De onbewuste wil

Het feit dat er geen centrale beslisser is met een vaste wil heeft vergaande gevolgen. Ten eerste gaan de meeste mensen, maar ook de wetgever, ervan uit dat de wil een bewust vermogen is. Maar kiezen uit verschillende wensen gebeurt voor een belangrijk deel onbewust. Als ik koffie wil, speelt een onbewuste behoefte een rol, die na het drinken van een kop koffie verdwenen is. En ik kan wel verklaren waarom ik artikelen over de hersenen wil schrijven of wil dat het lente wordt of dat Trump niet herkozen wordt, maar er is geen twijfel dat onbewuste processen daarbij een doorslaggevende rol spelen. In ons brein rollen allerlei wensen continu over elkaar heen, sommige uitgekristalliseerd andere in statu nascendi. Het onbewuste brein kan zich met al die wensen tegelijkertijd bezig houden(Zie De mens denkt vooruit, de natuur denkt achteruit). Onder invloed van ons geheugen -wat was vroeger prettig, hoe pakte vroeger een keus uit-, van emoties en stemmingen, van sociale druk en nog veel meer komt één wens boven drijven en die willen we, die zijn we ons bewust. De beslissing wat je wilt komt voor een groot deel onbewust tot stand.

Weet je zeker wat je wilt?

Voorts staat wat iemand zegt dat hij wil op gespannen voet met wat ik hierboven zeg over de wil. Niet voor niets kan het wijs zijn aan iemand te vragen: “Weet je wel zeker dat je dat wilt? Zou je er niet nog eens over nadenken?”. Een nachtje erover slapen kan je beslissing veranderen, waarschijnlijk omdat de onbewuste strijd tussen verschillende wensen ’s nachts tot een andere ordening kan leiden. En een wilsverklaring -bijvoorbeeld over euthanasie- vind ik nog moeilijker. Ik heb betoogd dat willen een werkwoord is. Daarmee is het gebonden aan het moment van beslissing en de omstandigheden en vooral de wensen van dat moment. Hoe kan je die van te voren weten? Je kunt alleen weten wat je wensen van dit moment zijn, je voorstellend wat de toekomst kan of zal brengen.

Samenvatting

Ik heb geen wil, maar wil wel vaak iets. Een sterke wil bestaat dus niet3. Als ik iets wil is dat mijn keuze van dat moment uit verschillende wensen die ik -voor het merendeel onbewust- heb. Daarom ben ik niet altijd zeker van de juistheid van mijn keuze. Ook kan die keuze even -of veel- later anders uitvallen en wil ik iets anders of zelfs het tegenovergestelde.

Bronnen

Haggard P (2019): The Neurocognitive Bases of Human Volition. Annu Rev Psychol 70:9–28.

Caruso GD (2018): Consciousness, Free Will, and Moral Responsibility, Ch 6; in Gennaro R (ed): The Routledge Handbook of Consciousness. Roudledge, ISBN 978-1-315-67698-2, pp 78–91.

Mitchell KJ (2018): Does Neuroscience Leave Room for Free Will? Trends in Neurosciences 41:573–576.

Sui J, Humphreys GW (2017): The ubiquitous self: what the properties of self-bias tell us about the self: The ubiquitous self. Ann NY Acad Sci 1396:222–235.

Smith R (2017): A neuro-cognitive defense of the unified self. Consciousness and Cognition 48:21–39.

Hohwy J, Michael J (2017): Why should any body have a self?; in de Vignemont F, Alsmith A (eds): The Subject’s Matter; Self-Consciousness and the Body. MIT Press, p 424.

Frith C (2013): The psychology of volition. Exp Brain Res 229:289–99.

Kahneman D (2012): Thinking, fast and slow. London, Penguin Books.

Metzinger T (2009): The Ego Tunnel – The Science of the Mind and the Myth of the Self. New York, Basic Books. ISBN 0-465-04567-7.

Wegner DM (2004): Precis of the illusion of conscious will. Behav Brain Sci 27:649–59; discussion 659-92.

Ryle G (1949): The Concept of Mind; 60th anniversary edition. Routledge, Ch III, Will

Voetnoten
  1. De wil is het bewuste vermogen van de mens om van een gedachte of een geheel van gedachten, een plan, over te gaan naar een handeling om een toestand te bestendigen, te veranderen of te doen ingaan.
  2. De Engelse Wikipedia geeft twee definities:
    Will (Philosophy): Will, generally, is the faculty of the mind that selects, at the moment of decision, a desire among the various desires present; it itself does not refer to any particular desire, but rather to the mechanism responsible for choosing from among one’s desires.
    Volition (psychology): Volition or will is the cognitive process by which an individual decides on and commits to a particular course of action. It is defined as purposive striving and is one of the primary human psychological functions.
  3. De uitdrukking “die vrouw heeft een sterke wil” is misleidend. Die vrouw is vasthoudend (of onbuigzaam, of onnadenkend, of overtuigd dat haar keuzes kloppen, of…..) en houdt daarom vaker of langer dan misschien een ander aan haar eenmaal genomen beslissing vast.

2 Comments on “Heb je een wil?”

  1. Mooi artikel over ‘de wil’. Los van deze deels filosofische bespiegelingen is het voor de psychiatrische praktijk toch wel handig om aandacht te besteden aan het vermogen van de patiënt om tot een besluit te komen en dit uit te voeren. Mits je dit niet te ingewikkeld maakt, en al helemaal de discussie over het al dan niet bestaan van ‘de vrije wil’ erbuiten laat.
    In het Handboek psychiatrisch onderzoek (Hengeveld MW, Oosterbaan D, Tijdink J. Amsterdam, De Tijdstroom/Boom, 2019) hebben we het klassieke ‘wilsleven’ daarom enigszins in ere hersteld. We gaan daarbij uit van het volgende theoretische model voor het ontstaan van gedrag: driften (onbewuste instincten zoals honger, dorst, seks en agressie), drijfveren (geheel of gedeeltelijk ervaren neigingen, wensen, verlangens, emotionele motieven) en beweegredenen (bewuste rationele overwegingen). Op basis hiervan wordt dan een wilsbesluit genomen en wordt al dan niet tot handelen overgegaan. De wil is in dit model een onmisbare schakel (1) tussen enerzijds de drijfveren en anderzijds de beslissingen die we nemen, en (2) tussen het beslissen en het gedrag, inclusief het volhouden daarvan. aan de wil kunnen daarom twee aspecten worden onderscheiden; besluitvaardigheid en wilskracht. besluitvaardigheid is het vermogen tot een besluit te komen, na afweging van de voor- en nadelen. Wilskracht is het vermogen om het besluit uit te voeren en het gedrag vervolgens vol te houden.
    Let op: er zijn echter maar weinig echte wilshandelingen (zoals Moleman ook aangeeft); veel doelgericht handelen is gewoontegedrag, zonder bewuste voornemens en zonder bewuste aandacht. Ook kan impulsief gedrag optreden, buiten de wil om.
    Belangrijkste reden om de wil weer in ere te herstellen is dat een aantal psychiatrische symptomen onder te brengen is bij deze psychische functie: besluiteloosheid (bij depressie), twijfelzucht (bij obsessieve-compulsieve stoornis of afhankelijke-persoonlijkheidsstoornis), suggestibiliteit (bij verstandelijke beperking of histrionische-persoonlijkheidsstoornis) en ook wel te grote besluitvaardigheid (bij ADHD, manische episode of psychopathie). Het klassiek beschreven hypoboulie/aboulie is te definiëren als het subjectief ervaren verminderd vermogen/onvermogen om wilsbesluiten om te zetten in handelingen (vroeger ‘wilszwakte’/’willoosheid’/’wilsonmacht’ genoemd, bij depressie, schizofrenie of conversiestoornis.

    Kortom: er mag dan twijfel zijn over wat de wil precies behelst, maar voor de dagelijkse paktijk is het toch wel handig om een aantal psychiatrische symptomen te beschouwen als stoornissen in de wil of ‘het willen’ van de patiënt.

    1. Beste Michiel, dank voor je bijdrage en mooi dat de wil (weer) een plaats heeft in het denken over psychiatrische symptomen. Dat is een ander referentiekader dan waar ik van uitga en daarom is het niet verwonderlijk dat er verschillen in benadering zijn. Ik hoop dat de psychiatrie op den duur de neurowetenschappelijke benadering weet te incorporeren, maar dat is zo simpel nog niet.
      Enkele opmerkingen:
      – het lijkt mij ook voor de psychiatrie essentieel wilskracht te zien als iets dat niet met wil, maar met andere processen te maken heeft
      – ik zie geen scherpe grens tussen bewuste en onbewuste beslissingen. Impulsief gedrag is wat anders dan een weloverwogen besluit, maar het proces van keuze uit mogelijkheden is in de hersenen niet erg verschillend, denk ik. Ik denk dat bij ADHD en een manische episode iets anders aan de hand is dan een te grote besluitvaardigheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *